Terug naar de startpagina

Zo rond het jaar 1000 

Romaanse kunst:
Beeldhouwkunst: reliekhouders, pilaarfiguren.Reliekschrijn van Sint Servaes
Schilderkunst: altaarstukken, interieurs van gebouwen, miniaturen.
Bouwkunst: kerken, burchten kloosters, kastelen en later ook stadhuizen.

Bekijk zelf plaatjes van een Romaanse kerk en een Gotische kerk!

De regels van de kunst:

De maker van een beeld maakt het zó dat de toeschouwer herkent wat er mee bedoeld wordt. We spreken van beeldconventie.
De maker heeft de taak om in verstaanbare en begrijpbare beeldtaal de mensen zaken over geloof duidelijk te maken. De gewone man/vrouw die in de kerk komt kan niet lezen of schrijven. Hij moet met zijn beelden de mensen de belangrijkste dingen over de Bijbel en het leven leren. Zijn opdrachtgever is de Kerk.
De kunst heeft een verhalende functie en lerende functie.

Schilderkunst:
Schilderkunst staat grotendeels in dienst van de architectuur:
-Kapitelen, zuilen en bogen worden beschilderd met decoratieve patronen.
-Grote wandvlakken: geschilderde voorstellingen
-In tempera of fresco-techniek (opzoeken in Beeldende Begrippen!)

Afgebeelde vormen worden voorzien van een duidelijke contour; de vlakken worden met op onplastische wijze (vlak, effen) met kleur ingevuld. In het westen zijn mozaïeken niet zo populair geworden.

Plattegrond Romaanse kerk

A Westgevel torens
B Hoofdschip
C Dwarsschip/transept
D Trap
E Koor
F Kooromgang
G Straalkapellen


Schilderkunst; de kenmerken.

Schematisch: details worden alleen gemaakt als het verhaal het vraagt.
Verhalend: het hele verhaal wordt verteld waarbij meerdere momenten uit het leven van de hoofdpersoon op dezelfde afbeelding worden getoond.
Decoratief: het is MOOI! Gewoon, omdat alles toen vrij saai en somber was.
Lineair karakter; vlakken zijn plat en omlijnd.
Felle kleuren, er is geen wit om mee te mengen, alleen water of ei (!).
Nauwelijks ruimte illusie; het blijft heel plat.
Ritmisch: steeds dezelfde vormend worden herhaald. De kracht van de herhaling werkte toen ook al..
Statisch: over het algemeen gebeurt er wel wat, maar ziet het er niet uit als of de mensen bewegen of dat zometeen gaan doen. Geen snelheidsstrepen, diagonalen of andere trucks.
Vrije verteltrant, vreemde gedrochten, decoratieve randversieringen en vlakvullingen
Fresco’s, miniaturen, iconen en altaarstukken



Ook:
Johannes als schrijverMiniaturen en Initialen in de eerste boeken.
Met de hand geschreven (Manuscript = handschrift)
Dus geen massaproductie!
Erg kostbaar en dus op bestelling, want je hebt een
voorbeeldexemplaar, een kopiist en dure materialen nodig.
Overschrijven van een boek duurde dagen, weken en soms zelfs maanden.
Tekst verfraaid (miniaturen + versierde initialen).
 
St Gilles, Arles.Beeldhouwkunst:

Als onderdeel van architectuur (reliëf)
Godsdienstige taferelen
Schematische weergave, overbrengen van verhaal/ boodschap is belangrijk
Weinig aandacht voor anatomie/ verhoudingen/ruimte
Kapitelen organisch/ geometrisch of verhalend




Het beeldhouwwerk is lerend, verhalend en versierend. De verhoudingen van het menselijk lichaam en de anatomie zijn niet natuurgetrouw weergegeven en met de illusie van ruimte hebben de romaanse beeldhouwers zich al helemaal niet beziggehouden. Het duidelijk overbrengen van het verhaal, het idee of de boodschap was voor de kunstenaars veel belangrijker dan het afbeelden van het zichtbare werkelijkheid.


Terug naar het overzicht.