Terug naar het overzicht.
Middenbeuk van de Kathedraal van Reims
Doorsnede Kathedraal in 3-D

In de afbeelding hier links kun je zien hoe het komt dat er in de Gotische kathedraal zo veel ramen kunnen zijn, en hoe ze zo groot kunnen zijn zonder dat de muren instorten. Bij de Romaanse kerk zijn de muren zo dik omdat ze moeten voorkomen dat het gewicht van het dak de muren naar buiten duwt. Bij de Gotische kerk hebben ze bedacht dat ze de muren van binnen kunnen steunen met pijlers (1) die het gewicht van het dak naar de vloer leiden. Ook van buiten wordt de muur gesteund met steunberen (3) en met luchtbogen (2). Ze bedachten ook dat ze steunberen konden steunen met gewichtjes erbovenop. De zwaartekracht stuurt immers gewicht naar beneden. Die gewichtjes maakten ze in een leuk vormpje, de pinakel (4). 

De middenbeuk van de Kathedeaal van Reims.
Maar dan nu het hele verhaal:
De Gotiek.
Even een stukje maatschappijgeschiedenis.
In de periode die wij nu Gotiek noemen groeit de economie van lokaal (dus echt per dorp) tot heus Europees. Dit gebeurt tussen 11de en de 14de eeuw.
Gevolg van ontwikkelingen in de landbouw zijn enorm:
  • Uitbreiding van cultuurland; het zelfde aantal mensen kan een groter stuk land bewerken.
  • Productie van overschotten; eerst zijn er overschotten, dan pas neemt de bevolking toe....
  • Boeren vestigen zich in steden; niet iedereen kan boer worden, sommigen worden tussenhandelaar, middenstander dus.
  • Door vellen van bomen, minder last van struikrovers en zo is de ridderlijke bescherming minder noodzakelijk
  • Wegennet verbetert Handel tussen steden onderling en steden, havens en verre regio's
Ook de verbeterde handelsverbindingen hebben grote gevolgen:
Aantal marktplaatsen neem toe.
Arbeidsplaatsen, arbeidskrachten en consumptie nemen toe.
Ontwikkeling van geld, wisselbrief, verzekeringen en het krediet.
Ontstaan middenstand: verkopers, kopers, geldwisselaars, verzekeraars, bankiers.

Veiligheid doet wonderen: Doordat er meer handel is, en er voor de groeiende bevolking meer bomen gerooid worden (brandstof, bouwmateriaal) wordt het veiliger om te reizen, en kan er veiliger gereisd worden.
Kunstenaars kunnen op missie gezonden worden. Vertegenwoordig je stad waardig: Maak mooie dingen!

De kerk blijft de grote opdrachtgever (nog éééuwen!)
Altaarstukken zijn het meest gevraagd.
Verder miniaturen, epitafenen en andere gedenkstukken;
En altijd staat de schenker klein vooraan, groot zou ijdel zijn.
De heilige wordt iets groter afgebeeld dan de gewone mensen.
Van louter symbolisch komt er een groter realisme.
Binnen het schilderij komt langzaam een eigen belevingswereld tevoorschijn.
Eenvoudig weliswaar, want twee bomen duiden op een heel bos, en een paar scherpe stenen duiden op een lokatie in de bergen
         (We noemen dat 'Pars pro Toto', dus een deel staat model voor het idee van het geheel).
Een voorstelling met een gelijkwaardigheid van woord en beeld, die betrekking hebben op de dood zonder met een graf direct verbonden te zijn noemt men een epifaan.

Ook de gotische kerk zit vol met plaatjes voor mensen die niet konden lezen, nog ruim de merderheid van de bevolking. Door de nieuwe bouwwijze met de luchtbogen verliezen de muren hun dragende functie en worden de ramen steeds groter. Steeds meer plaats voor plaatjes! Het verhaal in glas-en-lood kent een ongewone bloeiperiode.


Annunciatie, 12de eeuw, ikoon
Annunciatie_Meester van St. Verdiana_ca.1410
Annunciatie, Breda rond 1460
romaans overgang romaans - gotisch gotisch

Sculptuur = beeldhouwwerk = plastiek
Tijdens de gotiek verschuift de uitbeelding:
Van stramme pilaarfiguren naar lossere en beweeglijkere figuren met karakter
Van strak en emotieloos naar uitbeelding van echte emotie
Van onnatuurlijk recht naar een meer ontspannen S-houding
Van stijve (streepachtige) plooien naar vanzelfsprekende kreukels in kleding
Jezus in Mandorla; Chartres Westportaal
Tilman Riemenschneider;St Marcus; 1490
Mooi gotiek
romaans overgang romaans - gotisch gotisch
Ten zuiden van de Alpen zie je vooral stenen beeldhouwwerk. Er is een ruime keus uit prachtige soorten natuursteen. Eigenlijk is het hele land daar van (mooie) natuursteen. Ten noorden van de Alpen wordt vooral houtsnijwerk gemaakt (eenvoudig omdat er meer bomen dan rotsen zijn). De individuele beeldhouwer is nog niet belangrijk, we kennen alleen de allergrootsten. Uit brieven  waarin ze besteld, beschreven en betaald worden. Niet door hun handtekening of zo. Dat deed je niet, dat was ijdel, en dus zondig. Pas aan het eind van de Gotiek begint het een gewoon te te worden dat een kunstenaar zijn werk signeert. Vaak ook werken verschillende kunstenaars naast elkaar aan één gebouw of altaarstuk. En zonder concurrentie; het is gewoon de manier van werken, al eeuwen.  Iedereen bedoelt hetzelfde; het beste voor God en brood op de plank.

St Chapelle, Parijs

Kenmerken van Gotische bouwkunst:
Kruisvorm als plattegrond
Spitsbogen
Kruisribgewelf
Verticaliteit
Bundelpijlers
Skeletbouw
Luchtbogen 
Grote ramen Hogels en pinakels

Hogels en Pinakels; kleine torentjes die de luchtbogen afsluiten (fungeren als contragewicht en zorgen ervoor dat de zijwaartse druk wordt omgezet in een neerwaartse druk) en gargouilles, de beroemde waterspuwers. Veschillende luchtbogen naast elkaar


De mooiste manier om je als stad te profileren is een echte kathedraal….
Bij voorkeur van een beroemde persoon voor een beroemde persoon.
Dus duidelijk zichtbaar mee-gefinancierd door een rijke sterfelijke persoon (het geld moet ergens vandaan komen tenslotte), maar natuurlijk ter ere van een overleden heilige die op die plaats waar hij gebouwd werd iets belangrijks gedaan of veroorzaakt heeft. Als zo'n kerk ongeveer klaar is wordt hij gewijd door een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder (bisschop) en in gebruik genomen. En in de eeuwen daarna steeds naar de laatste mode bijgewerkt en opgeleukt. En zo staat Europa vol met 'Sint Jannen', 'Sint Pieters' en 'Notre Dames' en nog veel meer.

Stadbewoners betaalden en betalen mee aan de bouw van een kathedraal door belastingen en giften (de eerste sponsering); het was een eer èn een must om mee te kunnen betalen aan de nieuwe kathedraal. De rijken gaven het meest, en stonden dan met naam en toenaam vermeld in bijvoorbeeld het glas-in-lood. Niet te groot, dat was weer ijdel. Ook beroepsverenigingen (gilden) betaalden mee. Ook zij kregen vaak een plaats in het raam. Elke beroepsgroep had z'n eigen beschermheilige, en spaarde om in de nieuwe kerk een kapelletje in te kunnen richten voor de heilige. Daar kon je dan om hulp bidden als je een goed idee nodig had, of hulp, of gewoon de heilige positief wilde stemmen. Zo'n heilige was wel jouw tussenpersoon tot Jezus of Maria. Heel belangrijk dus!

Terug naar het overzicht.